Wanneer iemand stervende of door ziekte of ouderdom verzwakt is, kan die alle kracht gebruiken die hij of zij vindt. Ook in situaties van ernstige psychische of chronische ziekte of voorafgaand aan een zware medische ingreep, kunnen we vragen en bidden om Gods zorg en nabijheid.
Jezus zelf heeft Zijn leerlingen de opdracht gegeven om hulp en aandacht te besteden aan zieken en wie in nood is. Het sacrament van de ziekenzalving is dus door Hem ingesteld. In de brief van Jakobus (hoofdstuk 5, de verzen 13-16) staat te lezen dat er gebeden moet worden voor wie ziek is, en dat de priesters de zieken moeten zalven met olie in de naam van de Heer. Ook wordt er gesproken over de vergeving van zonden.
Het sacrament bestaat uit de zalving met heilige olie op het voorhoofd en de handpalmen, onder het uitspreken van deze woorden: “Moge onze Heer Jezus Christus door deze heilige zalving en door Zijn liefdevolle barmhartigheid u bijstaan met de genade van Zijn Heilige Geest. Amen. Moge Hij u van zonden bevrijden, u heil brengen en verlichting geven. Amen.”
Vanwege het sacrament en het aanzeggen van vergeving (de absolutie) is de zalving van zieken met heilige olie voorbehouden aan de priester. Als er geen priester beschikbaar is, kan de diaken, pastor of betrokken vrijwilliger een zegenwens uitspreken en in gebed aan God vragen om Zijn liefdevolle barmhartigheid te tonen.
Bij de zalving of zegening is het heel mooi wanneer de zieke wordt omringd door familie en vrienden.
In onze woonzorgcentra bieden wij jaarlijks aan de bewoners gelegenheid om deel te nemen aan een gemeenschappelijke ziekenzalving. Men kan het sacrament dus meermaals ontvangen.
Wanneer iemand reeds overleden is, kan er geen zalving meer plaatsvinden. Sacramenten zijn immers verbonden met levende personen. Uiteraard kan men wel bidden voor en bij de overledene.